AC problematiek

Inleiding 

De schouder bestaat uit drie botstukken. Het schouderblad, de bovenarm en het sleutelbeen. Het AC-gewricht is de verbinding tussen het schouderblad en het sleutelbeen.

Door overbelasting en/of artrose kan dit gewricht geïrriteerd raken en pijnklachten geven.

Door een val op de schouder kunnen bandjes rondom het gewricht scheuren waardoor het gewricht instabieler wordt (luxatie).

Symptomen

- Pijnklachten bovenop de schouder (soms uitstralend in de nek of bovenarm) welke optreden bij bewegingen verder boven het hoofd, tillen en op de schouder liggen
- Soms maakt het gewricht een knarsend geluid als je de arm optilt.
- Bij een luxatie is sprake van een scherpe pijn in het gewricht. Het afhangen van de arm is pijnlijk.
- Bij een grotere instabiliteit is een pianotoets fenomeen zichtbaar: het sleutelbeen staat hoger door het scheuren van de bandjes rondom het gewricht

Diagnostiek

Artrose of irritatie van het AC-gewricht kan bij lichamelijk onderzoek vermoed worden.
Echografie, MRI en röntgen kunnen een artrose van het AC-gewricht bevestigen.

Na een trauma kan de mate van instabiliteit van het AC-gewricht wordt bepaald aan de hand van lichamelijk onderzoek. Dit kan later bevestigd worden met röntgen onderzoek

Behandeling

Bij ernstige instabiliteit kan gekozen worden voor een operatie, maar dit komt zelden voor.

Behandeling bij aandoeningen van het AC-gewricht bestaat uit:
- Rust: de eerste twee weken kan een mitella worden gedragen om het gewricht te ontlasten indien er sprake is van een instabiliteit.
Bij een artrose/irritatie van het gewricht moeten de pijnlijke bewegingen (heffen, zwaar tillen) zoveel mogelijk vermeden worden.
- Fysiotherapie: therapie om beweeglijkheid en spierfunctie van de schoudergordel te verbeteren.

Herstel duurt 2 tot 3 maanden.